BIM Loket, in consultatie
Copyright © 2022 BIM Loket. BIM Loket disclaimer van toepassing en gedistribueerd onder CC BY 4.0
Dit document bevat een vertaling van het conceptuele model van NEN2660-2 - Regels voor informatiemodellering van de gebouwde omgeving naar tabellen die gebruikt kunnen worden voor uitwisseling van contractspecificaties (contractuele eisen). Het gaat specifiek om de UAV-GC contracten waarin eisen staan in de volgende documenten, die door elke opdrachtgever anders genoemd worden:
Deze paragraaf beschrijft de status van dit document ten tijde van publicatie. Het is mogelijk dat er actuelere versies van dit document bestaan. Bekijk de lijst van BIM Loket technische standaarden op bimloket.nl en alle BIM Loket-publicaties via bimloket.nl.
Dit is een consultatieversie en is nog niet vastgesteld. Een publicatie als in consultatie impliceert geen onderschrijven door BIM Loket.
Belanghebbenden, geïnteresseerde partijen en anderen worden uitgenodigd dit document te reviewen en hun commentaar in te zenden vóór 1 november 2022. Zowel inhoudelijk als technisch commentaar als commentaar betreffende de implementeerbaarheid is welkom.
GitHub Issues wordt gebruikt voor de discussie van dit document. Eén issue per onderwerp vereenvoudigt de verwerking.
Reviewcommentaar mag ook achtergelaten worden als Hypothes.is annotaties. Gebruik het publieke kanaal voor je commentaar.
Een contract is een de uitvraag of overeenkomst waarmee een asset manager zijn ontwerp-, bouw- of onderhoudswerk overeenkomt met een marktpartij. Bij het opstellen van een contract gaat grote aandacht uit naar het samenstellen van contractteksten, waarna deze teksten in pdf bestanden gepubliceerd worden. Dit leidt voor opdrachtnemers tot veel werk bij aanbestedingen, omdat de contractdocumenten allemaal moeten worden doorzocht op eisen, risico’s, uit te voeren werkzaamheden, enzovoorts. Bijvoorbeeld eisen aan het bouwwerk, eisen aan het werkproces van het project of eisen aan informatieleveringen. Als de eisen als data zouden worden aangeboden kunnen deze beter worden ingelezen in de projectbeheersingsomgevingen van opdrachtnemers. Ook zouden in meerdere projecten gebruikte eisen kunnen worden herkend en automatisch verwerkt in de planning van een project.
Onderdelen van een contract zijn:
Dit document heeft als doel om met gebruikers een eenvoudige uitwisselmethode vast te stellen voor contractspecificaties, met tabellen (in CSV), waarmee de meest gangbare applicaties voor eisenmanagement direct uit de voeten kunnen. Voor gebruikers die al verder zijn ontwikkeld op het gebied van interoperabiliteit wordt daarnaast ook uitwisseling in linked data mogelijk gemaakt.
Desgewenst kunnen gebruikers de contractspecificaties ook in andere talen uitwisselen, zoals XML, GML, Geopackage of als onderdeel van een VISI bericht. Dat is in dit document niet verder uitgewerkt.
Het gaat specifiek om de UAV-GC contracten waarin eisen staan (functionele specificaties) in de volgende documenten, die door elke opdrachtgever anders genoemd worden:
Daarnaast wordt een mogelijkheid geboden om de overige contractuele documenten uit te wisselen per paragraaftekst.
Het betreft hier een eerste, eenvoudige afspraak over uitwisseling van contractuele eisen, waarmee alle partijen met hun huidige applicaties uit de voeten kunnen. Het uitwisselen van het referentieontwerp of andere digitale bouwwerkinformatie is buiten scope van deze werkafspraak.
Het informatiemodel voor de contractspecificaties wordt zoveel mogelijk opgesteld met bouwblokken uit andere standaarden. De volgende linked data standaarden worden toegepast:
De formats zijn zo ingericht, dat er geen dubbele informatie in staat, die zichzelf kan tegenspreken. Vanuit de eisen wordt bijvoorbeeld alleen verwezen naar de URI van het onderwerp, niet naar de naam. Dit heeft als nadeel, dat de formats moeilijker te controleren zijn door een mens. En als voordeel, dat informatie niet dubbel wordt uitgeleverd het het risico op onderlinge tegenstrijdigheden. Een deugdelijke implementatie kan dat voorkomen; als men echter geneigd is om de formats handmatig op te stellen bestaat dit risico. Omdat in de markt voldoende en toegankelijke applicaties beschikbaar zijn voor het opstellen van eisensets, is handmatig opstellen niet nodig. Als de leesbaarheid van de formats vergroot wordt, bestaat het risico dat eindgebruikers in de verleiding komen om last-minute aanpassen in de csv te doen, met kwaliteitsverlies tot gevolg.
De tabellen kunnen het beste worden opgesteld in een applicatie die de gebruiker ondersteunt bij toepassing van het informatiemodel en het controleren van de volledigheid van de datasset. Bij het handmatig invullen van de tabellen bestaat een grote kans op fouten: dubbel gebruik van URI's, ontbrekende verplichte onderdelen, et cetera.
In een applicatie is het volgende wenselijk:
Zorg voor een eenvoudige menselijke controle op de tabellen, bijvoorbeeld door in de applicatie extra kolommen toe te voegen die wel de naam van het onderwerp laten zien. Een (juridische) controle door een mens kan op de uitgebreidere tabel plaatsvinden, waarbij de overbodige kolommen kunnen worden verwijderd voor uitwisseling. Daarmee wordt het ook mogelijk een daadwerkelijke uitgangscontrole uit te voeren als aanbestedende partij, zonder te moeten vertrouwen op de technische implementatie, wat voor veel eindgebruikers een black-box is.
Controleer of er in de eisteksten en andere tekstvelden geen codetekens worden gebruikt, die bij uitdraai naar linked data leiden tot interpretatie als code. Onder andere het gebruik van "aanhalingstekens" leidt tot foutmeldingen bij het gebruik van het ttl-formaat.
De ontvanger van de tabellen kan deze inlezen in de eigen applicatie. Daarbij is het raadzaam om een controle te doen op de integriteit van de tabel: ontbreken van fouten zoals dubbel gebruik van URI's, ontbrekende verplichte onderdelen, et cetera.
Een ander veelvoorkomen euvel is het gebruik van leestekens en speciale in de teksten in de tabel, die bij uitwisseling worden aangezien voor code, bijvoorbeeld de overgang naar de volgende kolom, of het ontstaan van %#@# gekke tekens in de teksten omdat de ene applicatie uitgaat van html en de andere van platte tekst. Een visuele controle en handmatige aanpassing zal bij gebruik van CSV als uitwisselformaat altijd nodig zijn.
Bij sommige projecten wordt onderscheid gemaakt tussen doelen en eisen. Dit komt door de werkwijze van functioneel specificeren. Bij het functioneel specificeren begin je met het vaststellen van de doelstellingen van het systeem. Vanuit die doelstellingen bedenk je welke functies het systeem nodig heeft. Daarna werk je specifieker uit hoe je de doelen wilt bereiken en welke eisen je wilt stellen.
Als je de doelen apart wilt uitwisselen van de andere eisen, dan kun je deze in een aparte tabel zetten. De kolommen van die tabel zijn hetzelfde als bij de eisentabel.
Het eisenformat wordt gebruikt om de eisen te kunnen uitwisselen als data. Bij elke kolom is aangegeven wat de vertaling/binding is naar linked data standaarden, hoe vaak deze waarde ingevuld mag worden per eis ("kardinaliteit") en een beschrijving.
Een eis is een NEN2660:Requirement volgens NEN 2660.
Het format wordt in 4 delen getoond in verband met de leesbaarheid van dit document. De laatste rij bevat een voorbeeld uitwerking.
| EisURI | EisCode | EisNaam | EisTekst | EisToelichting | EisheeftOnderwerp |
|---|---|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de unieke identifier (URI) van de eis. | In deze kolom staat de code of het nummer van de eis. | In deze kolom staat de de naam oftewel de titel van de eis. | In deze kolom staat de eistekst. | In deze kolom staat de toelichting op de eis. | In deze kolom staat de URI van het Onderwerp (subject) van de eis. |
https://www.example.org/id/Voorbeeld-Eis1
| EIS1099 | Voorbeeldeis | Dit is de tekst van de voorbeeldeis | Dit is de toelichting van de voorbeeldeis, om achtergrond / doel en reden van de eis te kunnen verduidelijken | https://www.example.org/id/Voorbeeld-Onderwerp1
|
| EisURI | EisCode | EisNaam | EisTekst | EisToelichting | EisheeftOnderwerp |
|---|---|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de unieke identifier (URI) van de eis. | In deze kolom staat de code of het nummer van de eis. | In deze kolom staat de de naam oftewel de titel van de eis. | In deze kolom staat de eistekst. | In deze kolom staat de toelichting op de eis. | In deze kolom staat de URI van het Onderwerp (subject) van de eis. |
https://www.example.org/id/Voorbeeld-Eis1
| EIS1099 | Voorbeeldeis | Dit is de tekst van de voorbeeldeis | Dit is de toelichting van de voorbeeldeis, om achtergrond / doel en reden van de eis te kunnen verduidelijken | https://www.example.org/id/Voorbeeld-Onderwerp1
|
| VerificatieplanURI | VerificatieplanMethode | VerificatieplanFase | VerificatieplanToelichting |
|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de URI van een verificatieplan bij de eis. | In deze kolom staat de verificatiemethode van het verificatieplan. | In deze kolom staat de fase van het verificatieplan. | In deze kolom staat de toelichting op de verificatiemethode bij de eis. |
https://www.example.org/id/Voorbeeld-Verificatieplan1
| https://data.crow.nl/contractspecificaties/id/Keuring
| https://data.crow.nl/contractspecificaties/id/Aanleg
| Een toelichting waarom een verificatiemethode wordt gevraagd bij de eis, of nadere invulling van de verificatiemethode |
| EisIsDeelVan | EisBron | EisReferentiedocument |
|---|---|---|
| In deze kolom staat de URI van een onderliggende eis. | In deze kolom staat de URI van een bron van de eis in een eisenbibliotheek of brondocument. | In deze kolom staat de URI van een gerefereerd document waarin aanvullende eisen staan |
https://www.example.org/id/Voorbeeld-Eis2
| https://www.example.org/id/Voorbeeld-Document1
| https://www.example.org/id/Voorbeeld-Document2
|
| EisType | EisStatus | EisStatusOnderbouwing |
|---|---|---|
| In deze kolom staat het eistype. | In deze kolom staat de status van de eis. | In deze kolom staat een toelichting op de status van de eis. |
https://data.crow.nl/contractspecificaties/id/Proceseis
| https://data.crow.nl/contractspecificaties/id/Vervallen
| Komt niet meer voor want ... |
De URI is de unieke identifier voor de eis binnen het project.
Bij de eisen kan verwezen worden naar een eis in een eisenbibliotheek onder EisBron. Daar staat de URI van de eis uit de bibliotheek. Deze URI verwijst naar een openbaar gepubliceerde eis in een bibliotheek, bijvoorbeeld het Provinciaal Contracten Buffet.
De eis in het project moet een andere URI hebben dan de bron. Het is niet dezelfde eis, want deze wordt toegepast in (gekopieerd naar) een andere context.
URI; Voor het opstellen van URI's heeft de NEN 2660 een URI-strategie die je moet volgen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| n.v.t. | 1:1 | xsd:anyURI |
De EisCode is een nummer van de eis in spreektaal, vaak een voor mensen herkenbare code of projectnummer. Deze meestal eenvoudige en soms logisch genummerde Code maakt het mogelijk om in een gesprek naar de eis te verwijzen, zonder de volledige URI te hoeven benoemen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:notation | 1:1 | xsd:string |
De EisNaam wordt ook wel eens de titel van de eis genoemd, en geeft een voor mensen leesbare korte duiding van de inhoud van de eis.
De EisNaam hoeft niet uniek te zijn in het project, daarvoor heeft de eis een URI. Een unieke naam is voor de menselijke lezer vaak wel handig. Soms wordt de EisNaam in applicaties bijvoorbeeld gebruikt bij het visualiseren van de eisenboom. Unieke namen helpen in dat geval.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:prefLabel | 1:1 | xsd:string |
De EisTekst bevat de voor mensen leesbare inhoud van de eis. Op dit moment worden eisen in een contract meestal niet voorzien van een voor een systeem leesbare eis, zoals bijvoorbeeld een minimale waarde voor een attribuut van een object. Deze "dataficeringsslag" is buiten scope van dit document, omdat dit een verder gevorderd BIM niveau vraagt en dit document juist bedoelt is als opstap naar uitwisseling van data.
In de EisTekst kan verwezen worden naar een referentiedocument, waar aanvullende eisen in staan die gelden binnen het contract. De URI van dit document wordt dan opgenomen in de kolom Referentiedocument.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| rdf:value | 1:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de toelichting op de eistekst
In contracten wordt dit gebruikt om nader te onderbouwen waarom deze eis gesteld wordt.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:note | 0:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de URI van het Onderwerp van het verificatieplan bij de eis. Een eis kan aan meerdere Onderwerpen gesteld worden, er komen dan meerdere regels met dezelfde eis voor in de eisentabel.
Merk op, dat verwijzing naar de URI de tabel minder makkelijk leesbaar maakt voor de mens. Indien hier ook de naam van het concept zou worden toegevoegd, creëert dit dubbelingen met de onderwerpentabel en daarom mogelijk fouten. Daarom wordt alleen de URI gebruikt.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:isVerificationOf | 1:1 | xsd:anyURI |
| cs:hasAsSubject | 1:1 | xsd:anyURI |
Merk op, dat in de tabel een relatie niet benoemd is, omdat de "regel" de verbindende factor is: cs:hasAsSubject
De URI is de unieke identifier voor het verificatieplan binnen het project. Zie URI conform W3C.
Kardinaliteit: 1:1 ten opzichte van een verificatieplan Datatype:
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| n.v.t. | 1:1 | xsd:anyURI |
In deze kolom staat de methode waarmee de eis geverifieerd moet worden. Dit is een enumeratie. Een verificatiemethode is een eigenschap van een verificatieplan. De eigenschap heeft een enumeratie van de verschillende mogelijke methoden, dat wil zeggen dat de gebruiker een lijst kan opstellen met verificatiemethoden en een waarde uit deze lijst kan gebruiken.
Bij uitwisseling mag uitsluitend de onderstaande lijst gebruikt worden bij contractspecificaties, zonder zelf uitbreidingen te doen. Als elke opdrachtgever een eigen lijst met eistypen en aspecten gebruikt wordt het inrichten van standaard omgevingen voor de verwerking van contracteisen onnodig bemoeilijkt, waarbij bij elk project een aangepaste lijst moet worden gemaakt.
Classificatie volgens:
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:verificationMethod | 0:1 | cs:VerificationMethodeType |
In deze kolom staat de fase van het verificatieplan. Dit is een enumeratie. Hierbij worden de volgende fasen onderscheiden:
Bron: Leidraad SE versie 2, Hoofdstuk 4
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:phase | 0:1 | cs:PhaseType |
In deze kolom staat de toelichting op de verificatiemethode.
In contracten wordt dit gebruikt om nader toe te lichten waarom deze verificatiemethode gevraagd wordt.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:note | 0:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de URI van een onderliggende eis.
Hiermee kan een hiërarchie worden aangegeven van de eisenboom zoals gebruikelijk in contracten. Een eis kan meerdere onderliggende eisen hebben, er komen dan meerdere regels met dezelfde eis voor in de eisentabel.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| nen2660:hasPart | 0:n | xsd:anyURI |
De bron van de eis kan naar twee zaken verwijzen:
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| dct:source | 0:n | xsd:anyURI |
Als in de eistekst wordt verwezen naar een referentiedocument, staat in deze kolom de URI van het gerefereerde document.
Instructie voor gebruik: omdat nog niet alle partijen in staat zijn om de data helemaal te verwerken, moet je het document wel in de eistekst noemen. De eistekst is leidend. Een ontvanger van de eisenset kan er ook niet van uit gaan, dat de opdrachtgever dit altijd in weet te vullen. Als in een eistekst naar een referentiedocument wordt verwezen, kan het zijn dat er geen relatie is gemaakt naar het referentiedocument.
Voorbeelden:
Deze URI verwijst naar een document in de documententabel.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| dct:references | 0:n | xsd:anyURI |
In deze kolom staat het eistype. De aspecteisen zijn grotendeels overgenomen uit de Leidraad SE v3; de eistypen die aanduiden aan wat voor concept de eis is gesteld zijn aangepast aan de onderwerpen uit deze richtlijn. Dit is een enumeratie.
Bij uitwisseling mag je uitsluitend de onderstaande lijst gebruiken, zonder zelf uitbreidingen te doen. Als elke opdrachtgever een eigen lijst met eistypen en aspecten gebruikt wordt het inrichten van standaard omgevingen voor de verwerking van contracteisen onnodig bemoeilijkt, waarbij bij elk project een aangepaste lijst moet worden gemaakt.
Eistypen:
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| nen2660:requirementTopicType | 0:n | cs:EisType |
In deze kolom staat de status van de eis. Dit is een enumeratie. Voor contractspecificaties geldt dat de status één van deze twee zaken is: actueel of vervallen. Doel is om wijzigingen door een Nota van Inlichtingen of een contractuele wijziging in de eisenset te kunnen opnemen en met elkaar uit te wisselen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:status | 1:1 | cs:StatusType |
In deze kolom staat een toelichting op de status van de eis. Gebruikers willen de reden van vervallen toevoegen aan de eis, zodat de status onderbouwd is.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:statusOnderbouwing | 0:1 | xsd:string |
De "eigenaar" van een eis is vaak een interne rolhouder. In het contract gelden hiervoor de projectafspraken en kan de eigenaar vertegenwoordigd zijn door een andere rolhouder. Een eigenaar van een eis kan intern bijvoorbeeld de objectbeheerder zijn, maar in het contract is de technisch manager eerste aanspreekpunt voor de eis. Meestal wordt de eigenaar niet benoemd in de vraagspecificaties. Daarom is "eigenaarschap" niet opgenomen in de eisentabel.
De onderwerpentabel wordt gebruikt voor de onderwerpen van de eisen, bestaande uit de functies, objecttypen, werkzaamheden en informatieproducten. Op de eerste regel staan de kolomnamen. Op de tweede regel staat een korte toelichting; op de derde regel de vertaling / binding naar de NEN2660-2 en andere standaarden. Op de vierde regel staat aangegeven, hoeveel relaties er kunnen voorkomen in dit veld (multipliciteit). Als er meer dan één relatie voorkomt, komen er regels bij in de uitwisseling.
| OnderwerpURI | OnderwerpCode | OnderwerpNaam | OnderwerpType | OnderwerpDefinitie | OnderwerpIsDeelVan |
|---|---|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de unieke naam (URI) van het onderwerp. | In deze kolom staat de code ofwel het nummer van het onderwerp. | In deze kolom staat de naam van het onderwerp. | In deze kolom staat het type van het onderwerp: Objecttype, Functie, Werkzaamheid of Informatieproduct. | In deze kolom staat de definitie van het onderwerp. | In deze kolom staat de URI van een onderliggend onderwerp. |
https://www.example.org/id/Voorbeeld-Object1
| OBJ-0109 | Voorbeeld onderwerp | InformationObject | Onderwerp van een eis als voorbeeld in de documentatie | https://www.example.org/id/Voorbeeld-Object2
|
De URI is de unieke identifier voor het onderwerp binnen het project ("Brug15"). Zie URI conform W3C.
Als de URI uit een ontologie ("Een brug") direct als onderwerp wordt gebruikt, suggereer je daarmee dat de projecteis altijd geldt voor dit onderwerp; dat hoeft echter niet zo te zijn. Vandaar dat hier altijd een project-URI wordt gebruikt; in een project stel je de projecteisen aan de instaties van het onderwerp waarvan het type gedefinieerd is in je ontologie ("objecttypenbibliotheek"). Gezien de eenvoud van dit uitwisselformaat, is geen verwijzing naar een ontologie opgenomen.
URI; Voor het opstellen van URI's heeft de NEN 2660-2 een URI-strategie die je moet volgen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| n.v.t. | 1:1 | xsd:anyURI |
Een URI maakt het meteen "linked data proof"
De OnderwerpCode is een nummer van het onderwerp in spreektaal, vaak een voor mensen herkenbare code of projectnummer. Deze meestal eenvoudige en soms logisch genummerde Code maakt het mogelijk om in een gesprek naar het onderwerp te verwijzen, zonder de volledige URI te hoeven benoemen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:notation | 1:1 | xsd:string |
De OnderwerpNaam is de voor mensen leesbare naam van het onderwerp. Deze naam hoeft niet uniek te zijn in het project, maar dat is natuurlijk wel handig.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:prefLabel | 1:1 | xsd:string |
Dit is een enumeratie. Het type van het onderwerp kan in het format uit een van deze vier concepten bestaan:
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| rdfs:Class | 1:1 | xsd:anyURI |
De definitie van het onderwerp is een vrij tekstveld die het onderwerp definieert.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:definition | 0:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de URI van een onderliggend onderwerp. Hiermee kan een hiërarchie worden aangegeven zoals een objectenboom of functieboom zoals gebruikelijk in contracten. Een concept kan uit meerdere delen bestaan, er komen dan meerdere regels voor in de Onderwerpentabel.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| nen2660:hasPart | 0:n | xsd:anyURI |
Net als bij de eisen, is de "eigenaar" van het onderwerp vaak een interne rolhouder. In het contract gelden hiervoor de projectafspraken en kan de eigenaar vertegenwoordigd zijn door een andere rolhouder. Een eigenaar kan intern bijvoorbeeld de objectbeheerder zijn, maar in het contract is de technisch manager eerste aanspreekpunt voor het object. Meestal wordt de eigenaar niet benoemd in de vraagspecificaties. Daarom is "eigenaarschap" niet opgenomen in de onderwerpentabel.
Het documentenformat wordt gebruikt voor de definitie van de documenten. De volgende documenten worden opgenomen in de documententabel:
De vertaling / binding van documenten is naar cs:Document als specialisatie van nen2660:InformatieObject. Merk op: ook een eis wordt gezien als InformatieObject; maar deze wordt opgenomen in de Eisentabel. In de onderwerpentabel zijn te leveren documenten/datasets (informatieleveringen) óók InformatieObject. De informatieleveringen die gevráágd worden in het contract, staan niet in de Documententabel.
Het format wordt in 2 delen getoond in verband met de leesbaarheid van dit document. De laatste rij bevat een voorbeeld uitwerking.
| documentURI | DocumentCode | DocumentNaam | DocumentVersie | DocumentVersieDatum |
|---|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de unieke naam (URI) van het document. | In deze kolom staat de code ofwel het nummer van het document. | In deze kolom staat de naam van het document. | In deze kolom staat de versie van het document. | In deze kolom staat de versiedatum van het document. |
| DocumentAuteur | DocumentType | DocumentSectie | DocumentSectieNaam | DocumentSectieTekst |
|---|---|---|---|---|
| In deze kolom staat de auteur van het document. | In deze kolom staat het documenttype. | In deze kolom staat de sectie URI | In deze kolom staat de sectie naam. | In deze kolom staat de sectie tekst. |
De URI is de unieke identifier voor het document binnen het project.
URI; Voor het opstellen van URI's heeft de NEN 2660-2 een URI-strategie die je moet volgen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| n.v.t. | 1:1 | xsd:anyURI |
Een URI maakt het meteen "linked data proof"
De DocumentCode is een nummer van het onderwerp in spreektaal, vaak een voor mensen herkenbare code of projectnummer. Deze meestal eenvoudige en soms logisch genummerde Code maakt het mogelijk om in een gesprek naar hetdocument te verwijzen, zonder de volledige URI te hoeven benoemen.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:notation | 1:1 | xsd:string |
De DocumentNaam is de voor mensen leesbare naam van het document. Deze naam hoeft niet uniek te zijn in het project, maar dat is natuurlijk wel handig.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:prefLabel | 1:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de versie van het document.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:versie | 0:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de versiedatum van het document.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:versieDatum | 0:1 | xsd:date |
In deze kolom staat de auteur van het document.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| dct:creator | 0:n | xsd:string |
In deze kolom staat het documenttype. Voor documenttypen is nog geen nationale afspraak gemaakt.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| cs:documentType | 0:1 | xsd:string |
In deze kolom staat de documentsectie. Deze kan gebruikt worden om een document verder op te delen. Middels de 'heeft deel' relatie kunnen net zoveel secties aan een document toegevoegd worden als er nodig zijn.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| nen2660:hasPart | 0:n (t.o.v. Document) | xsd:anyURI |
De DocumentSectieNaam is de voor mensen leesbare naam van het onderwerp. Deze naam hoeft niet uniek te zijn in het project, maar dat is natuurlijk wel handig.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| skos:prefLabel | 1:1 (t.o.v. DocumentSectie) | xsd:string |
In deze kolom staat de paragraaftekst.
| Taalbinding | Kardinaliteit | Datatype |
|---|---|---|
| rdf:value | 0:1 (t.o.v. DocumentSectie) | xsd:string |
Naast onderdelen die als niet normatief gemarkeerd zijn, zijn ook alle diagrammen, voorbeelden, en noten in dit document niet normatief. Verder is alles in dit document normatief.
Dit onderdeel is niet normatief.
NEN-2660: Regels voor informatiemodellering van de gebouwde omgeving.
W3C: World Wide Web Consortium, internationale organisatie voor de standaardisatie van het het web.
OTL: Object Type Library (en) of Objecttypenbibliotheek (nl). Term die in de bouwsector gebruikt wordt en een specialisatie is van een Ontologie.
Unique Name Assumption (UNA): de aanname dat een ding maar één naam (id) heeft en dat verschillende namen dus verwijzen naar verschillende dingen in de werkelijkheid.
UML: Unified Modeling Language [uml]
RDF: Resource Description Framework. Zie [rdf11-primer].
RDFS: RDF Schema, taal waarin je een Linked Data ontologie kan uitdrukken [rdf-schema].
SKOS: Simple Knowledge Organization System. Zie [skos-primer]
OWL: Web Ontology Language [owl2-overview], bevat uitgebreidere mogelijkheden dan RDFS om een Linked Data ontologie uit te drukken.
SHACL: Shapes Constraints Language [shacl], een taal om RDF data te valideren tegen een set regels.
Ontologie: Een kennismodel van een specifiek kennisdomein in de werkelijkheid. Bevat een set regels, die gebruikt kunnen worden om extra kennis af te leiden uit gelinkte data. Met behulp van zo'n model kunnen computers begrijpen wat de data betekent en redeneren over data.
Contract: de uitvraag of overeenkomst waarmee een asset manager zijn ontwerp-, bouw- of onderhoudswerk overeenkomt met een marktpartij.